Home pageZakelijke Verzekeringen

Veranderingen rondom arbeidsongeschiktheid bij werknemers in 2006: Werk staat voorop in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De wet bevat prikkels om een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk te helpen en inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer kunnen werken.

Dat blijkt uit het Wetsvoorstel werk en inkomen naar arbeidsvermogen, waarmee de ministerraad op voorstel van minister De Geus (SZW) heeft ingestemd. Aanleiding voor het wetsvoorstel is het grote aantal mensen in Nederland dat een beroep doet op de huidige WAO. Bij ongewijzigd beleid zal het aantal arbeidsongeschikten in de toekomst waarschijnlijk weer stijgen. Het nieuwe stelsel levert op termijn een besparing op van 1,7 miljard euro per jaar.

WIA
Het kabinet wil de WAO op 1 januari 2006 vervangen door de WIA, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Met financiële prikkels worden werkgevers en werknemers gestimuleerd er alles aan te doen om een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk te helpen of te houden. Tegelijkertijd is er inkomensbescherming voor mensen die echt niet meer kunnen werken. Voor bestaande gevallen blijft de huidige WAO van kracht.
De nieuwe wet legt het accent op wat mensen nog wel kunnen in plaats van wat zij niet meer kunnen. De wet bestaat uit twee delen: de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA).

WGA
Werkgevers moeten sinds 1 januari 2004 een werknemer bij ziekte gedurende twee jaar 70% van het loon doorbetalen. Aan het eind van het tweede ziektejaar beoordeelt het UWV [link] of beide partijen er alles aan gedaan hebben om een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk te houden of te krijgen.
Als dat het geval is, heeft een gedeeltelijk arbeidsgeschikte (dat is iemand die minder dan 65% arbeidsgeschikt is) recht op een uitkering op grond van de WGA. De WGA-regeling bevat financiële prikkels voor de werknemer en voor werkgevers:Werknemers worden gestimuleerd om (meer) te gaan werken, omdat het totale inkomen altijd stijgt naarmate iemand meer werkt.

Werkgevers die een gedeeltelijk arbeidsgeschikte aan het werk helpen of houden, worden niet verplicht het loon door te betalen als de betrokkene binnen vijf jaar opnieuw ziek wordt (no-riskpolis). Het UWV neemt in dat geval de loondoorbetaling over.

Een werkgever krijgt korting op de premies voor de sociale verzekeringen als hij een gedeeltelijk arbeidsgeschikte in dienst neemt of houdt.

De premie voor de werkgever gaat omlaag naarmate een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer meer werkt, maar de premie kan ook stijgen als iemand juist minder gaat werken.   Volgens de WGA krijgt een gedeeltelijk arbeidsgeschikte eerst een uitkering die is gebaseerd op het laatstverdiende loon. Daarna heeft iemand eventueel recht op een vervolguitkering. In de vervolguitkering wordt een onderscheid gemaakt tussen gedeeltelijk arbeidsgeschikten die werken en die niet werken.

Een gedeeltelijk arbeidsgeschikte die niet of niet voldoende werkt, heeft recht op een vervolguitkering van 70% van het minimumloon vermenigvuldigd met het arbeidsongeschiktheidspercentage.
Iemand die werkt, krijgt een loonaanvulling van 70% van het verschil tussen het laatstverdiende loon en het met werken verdiende loon. Daarvoor moet wel voldoende worden gewerkt. Op die manier is het altijd lonend om (meer) te werken.

IVA
Voor mensen die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, is werkhervatting niet aan de orde. Een werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als hij niet meer dan 20% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en hij ook niet meer beter kan worden.

Deze mensen kunnen een beroep doen op de IVA. Die bestaat uit een uitkering die is gebaseerd op het laatstverdiende loon (tot een maximum van 70% van het dagloon) en daarna een vervolguitkering (70% van het minimumloon, verhoogd met een bedrag dat toeneemt naarmate iemand langer heeft gewerkt).

Mensen die tijdelijk - dus niet duurzaam - volledig arbeidsongeschikt zijn vallen onder de WGA-regeling voor een gedeeltelijk arbeidsgeschikte. Zij krijgen een uitkering van 70% van hun oude loon zolang ze volledig arbeidsongeschikt zijn. Werknemers die minder dan 35% loonverlies lijden, vallen niet onder de regeling voor een gedeeltelijk arbeidsgeschikte, maar blijven zo veel mogelijk in dienst van de werkgever.

Terug naar Zakelijke Verzekeringen